Klap of woesh doorgeven

Een oefening met vele variaties. Het uitgangspunt is als volgt. Alle spelers staan in een kring. Één speler begint met het doorgeven van een klap naar zijn buurman: hij draait zich naar die buurman, kijkt hem aan en klapt in zijn handen. De buurman draait zich vervolgens naar de volgende in de kring en geeft de klap door. Zo gaat de klap de kring rond. Probeer een vast ritme aan te houden. In plaats van een handklap kan de speler ook ‘woesh’ zeggen naar zijn buurman. De woesh is als een bal energie.

De oefening wordt iets moeilijker door de spelers de keuze te geven of de klap door- of teruggegeven wordt. De klap kan zo dus van richting veranderen. Nog moeilijker is het wanneer de klap ook de kring mag oversteken. Hierbij is het van belang dat de doorgever zich duidelijk richt op de ontvanger (aankijken).

  1. de klap in één richting doorgeven blijft hetzelfde, maar de richting veranderen gebeurt door hem te blokkeren: de ontvanger maakt een afwerend gebaar met de armen en zegt ‘boing’. De klap kan de kring oversteken door een ‘pistool’ (handgebaar) op een speler aan de overkant van de kring te richten en ‘pang’ te roepen. Dit kan eventueel uitmonden in vrolijke bijna-sterfscènes en steeds zwaarder geschut.
  2. de ontvanger richt zich op een speler aan de overkant van de kring en zegt ‘en garde!’. Hierop volgt een steekduel tussen beide spelers met luid zwaardgekletter, waarbij de spelers elkaar zijdelings passeren en elkaars plaats innemen. Hierna gaat de klap door bij de ontvanger.
  3. nu moet de ontvanger tegelijkertijd in zijn handen klappen met de doorgever. Elke speler klapt dus twee keer achter elkaar in zijn handen: bij het ontvangen en bij het weer doorgeven. Bij deze variatie is het goed richten cruciaal.
  4. tegelijkertijd met het in de handen klappen zegt de ontvanger een woord. Het verband tussen de woorden kan associatief zijn (zie Associëren), of de woorden moeten een verhaal vormen, of je laat iedereen zijn eigen naam zeggen et cetera.
  5. de ontvanger steekt zijn handen in de lucht alsof hij een grote klok gaat luiden. Iedereen volgt onmiddellijk dit voorbeeld en de hele kring luidt tegelijk één maal de klok met een luid ‘boing’ of ‘bim bam’. Vervolgens wordt de klap weer gewoon doorgegeven.
  6. de ontvanger roept ‘high five!’, waarop iedereen naar het midden van de kring loopt en zoveel mogelijk handen probeert te raken.
  7. de ontvanger roept met een gek stemmetje ‘freak out!’, waarop iedereen hysterisch door elkaar gaat huppelen en op een andere plek in de kring belandt. De tegenhanger hiervan is de ‘freak in!’ waarop iedereen ingetogen maar panisch dribbelend een andere plek in de kring opzoekt.
  8. de klap wordt slechts in één richting doorgegeven en het ritme wordt geleidelijk steeds sneller of steeds langzamer. Probeer de ritmewisselingen zo vloeiend mogelijk te laten verlopen.
  9. de ontvanger roept ‘metro!’ en de eerstvolgende vijf spelers in rij springen achtereenvolgens op, om de metro te laten passeren. Na de vijfde speler gaat de klap of woesh weer verder. Ditzelfde kan met een vliegtuig. Een imaginair papieren vliegtuigje wordt door de ontvanger gegooid en door vijf volgende spelers nagekeken. Variatie hierop is de vliegtuigkaping: eén van de vijf spelers die het zogenaamde vliegtuig nakijkt, grijpt in de lucht en roept de naam van een terroristische groepering. Bij het vangen geeft hij de klap of woesh door naar de volgende speler.