Sluwe Poëzie

Deze game is een vrije impro, waarbij de spelers de (sluwe) motivatie van hun handelingen uitspreken in de vorm van poëtische fragmenten.

Tijdens het spelen zegt een speler ‘sluwe poëzie’, stapt naar voren of opzij, en brengt zijn stuk. Daarna stapt hij terug en gaat de scène weer verder.

 

(Bedacht en gespeeld door Preparee op het NSK 2019)

ACE

Bij de ace staat er een persoon vooraan en drie personen daarachter. De voorste persoon zal een verhaal vertellen. De achterste plekken staan voor ‘Action’, ‘Color’ en ‘Emotion’. Vanaf deze plek kun je de voorste persoon aftikken en het verhaal overnemen maar dan door juist actie, kleur of emotie toe te voegen afhankelijk van waar de speler vandaan komt. De afgetikte speler neemt de lege plek weer in. Bij actie laat je echt iets gebeuren in het verhaal, terwijl bij kleur juist de tijd stil staat en de sfeer en omgeving omschreven wordt en bij emotie wordt beschreven wat de gevoelens van de personen in het verhaal zijn.

Amazing Discovery

Op de overbekende wijze (“zeg Mike, wat kan ik daar dan mee doééén?”) wordt een product aan de man gebracht. Dit gebeurt in een playbacksetting: twee mensen spelen Mike en de bewonderaar die het product gaat uitproberen, twee anderen zijn hun stemmen. Dit om de nasynchronisatie tot leven te wekken. Het product blijkt eigenlijk niet te werken, maar Mike probeert het toch aan de man te brengen. We zien hoe het mis gaat. Het rare product wordt aan het publiek gevraagd.

Bankje

Drie spelers zitten naast elkaar op een bankje en vertellen alledrie voor zich uitstarend een verhaal. Een speler kan de vertellende speler onderbreken door op een woord dat valt een associatie te maken en met zijn eigen verhaal verder te gaan. Voorbeeld: speler 1: “En toen heeft mijn vrouw me verlaten en al mijn spullen meegenomen”, speler 2: “Een mijn, ik stapte gewoon op een mijn, maar ik had gelukkig geen kleerscheuren”, speler 3: “Dus ik scheurde haar jurkje van haar lijf…..” enzovoort.

De spelers kunnen overnemen wanneer ze willen, niet noodzakelijk in een volgorde. Het is handig eerst te beginnen met lange bogen, waarbij het overneemprincipe nog niet zo duidelijk is, en vervolgens steeds kortere bogen te maken, toewerkend naar een climax.

Diapresentatie

Diapresentatie

Een expert vertelt een verhaal aan zijn publiek. Om dat verhaal duidelijker te maken, gebruikt hij enkele plaatjes die door zijn medespelers worden neergezet (Tableau vivant). Via een langgerekt Kli-i-i-i-i-k geeft hij aan, dat de spelers van houding moeten veranderen voor het volgende plaatje. N.B.: tijdens dit klik-zeggen is het mooi, als het licht even uitgaat, of het publiek zijn ogen sluit. Beide vooraf oefenen.

Variant 1: Men kan inzoomen op onderdelen van de dia. De speler om wie het gaat komt dan naar voren en probeert zijn houding nog iets uit te vergroten.

Variant 2: Men kan ook werken met bewegende beelden, die (eventueel versneld) voor- of achteruit gespeeld kunnen worden. In dit geval spreekt men van een Videopresentatie.

Variant 3: Wanneer men naast dia’s en video ook nog geluid maakt van geluidsfragmenten spreekt men van een Multimediapresentatie.

Variant 4: Er zijn twee presentatoren. De andere twee spelers bewegen tot het moment dat Klik gezegd wordt. Dan bevriezen ze hun houding, waarna na een korte toelichting van hun houding de beweging weer mag worden voortgezet tot de volgende klik. Doel is om meer onverwachte dia’s te krijgen. Deze vorm heet ook wel de Bewegende dia.