ABC-game

Twee spelers, uit elk team 1, spelen een vrije improvisatie, waarbij de eerste speler een zin begint met de letter A, de tweede met B, de eerste weer met C, enz. Bij de Z hoort het verhaaltje rond te zijn. Bij hapering of de verkeerde letter roept het publiek ‘Dood’, en wordt de speler vervangen door een andere speler uit zijn team. Winnaar is het team met de minste wissels.

Variant 1: men kan ook bij een andere letter beginnen.
Variant 2: men kan ook weer opnieuw beginnen, dwz. alfabet herhalen.

Categorieënspel

Categorieënspel

De presentatie vraagt het publiek om een categorie (bv. automerken) en de spelers (die door de presentatie willekeurig aangewezen worden) roepen een element uit die categorie (Daewoo, Fiat, etc.). Hapert de speler, of zegt hij iets dat al genoemd is, dan roept het publiek dood en is hij of zij simpelweg af.

Dood op de lijn

Dood op de lijn

Twee spelers van beide teams staan om en om op een lijn. Zij proberen gezamenlijk een verhaal te vertellen. Daarvoor wijst de presentator om beurten een speler aan. Als een speler hapert, of een woord herhaalt, moet het publiek ‘Dood’ roepen (doodroepen vooraf oefenen met het publiek). De dode speler vertrekt en de rest gaat door tot een speler over blijft. Winnaar is degene, die het langst blijft staan.

Variant: De ‘dood’ speler vraagt een voorwerp aan het publiek en vermoordt zichzelf daarmee binnen een minuut.