Split screen

Het podium wordt verdeeld in een linker- en een rechterhelft. Beide helften zijn een locatie, die aan buitenzijden op een manier met elkaar verbonden zijn. Het midden van het podium is een denkbeeldige muur waar de spelers niet doorheen kunnen lopen, horen, of zien. De twee locaties hoeven niet per sé een logische relatie met elkaar te hebben, als ze maar niet vereisen dat de personages er heel lang blijven.

De vier spelers spelen een vrije impro in twee paren. Het linker paar speelt in de linker locatie, het rechter paar speelt dezelfde personages in de rechter locatie. Gaat een speler van het toneel af (altijd via de zijkant) dan komt zijn of haar personage aan de andere kant gelijk weer op. Dat personage wordt dan dus gespeeld door de andere speler, en hij of zij bevindt zich ook in de andere locatie.

Hiermee is te spelen, door bijvoorbeeld niet lopend, maar rollend of springend de scène te verlaten. De speler aan de andere kant kopieert dit en komt ook zo weer op. Wanneer de spelers naar elkaar roepen in de verschillende locaties, of iets naar elkaar gooien, richten ze zich naar de zijkant.