Orakel

Orakel

Een speler, het orakel, zit al dan niet op een stoel in het midden van het toneel. Het orakel is geblindoekt en heeft een koptelefoon op, zodat hij/zij niets kan zien en horen. De overige spelers spelen een vrije impro. Zodra de scene om een orakel vraagt wordt het orakel aangetikt. Die brult vervolgens een willekeurig orakel (“Pas als je je ware identiteit laat zien zal het verraad ter sprake komen!” of “Ze is zwanger!”) dat direct in de scene wordt verwerkt. De game is enigszins vergelijkbaar met de briefjesgame, waarin willekeurige zinnen op briefjes over het toneel verspreid liggen.

Het is leuk om hele mythische orakels die polyinterpretabel zijn af te wisselen met simpele voorspellingen (alleen een “Ja!” kan al genoeg zijn). Het is niet moeilijk hier hoog te scoren op amusement, aangezien het orakel sowieso niet binnen de scene past en daardoor erg grappig is. De kunst is om het dan toch te verwerken in de scene, en daardoor ook op techniek en inhoud te scoren. Het helpt hierbij om je voor te nemen dat wat er ook geroepen wordt, het al jaren zo was, en daardoor ook heel logisch is. Iedereen weet wat het orakel zegt, waarom, en wat er mee bedoeld wordt. En als je dit niet weet, speel je van wel. Als je als speler merkt dat er weinig orakels voorbij komen, kan een opmerking zoals: “Mijn moeder zei het vroeger ook altijd al: …*het orakel*” weer snel vaart in de scene brengen.