Mijn hoed die had drie hoeken

Mijn hoed die had drie hoeken

Op de melodie van De uil zat in den olmen, wordt gezongen: “mijn hoed die heeft drie hoeken, drie hoeken heeft mijn hoed. En had hij niet drie hoeken, dan was het niet mijn hoed.” Het liedje wordt herhaald, maar het woordje “hoed” wordt nu niet gezongen maar uitgebeeld, door het afnemen van een denkbeeldige hoed. Het liedje wordt dan “mijn …. die heeft drie hoeken, drie hoeken heeft mijn ….. etc.”

Vervolgens worden hoed en drie weggelaten. Drie wordt vervangen door het opsteken van drie vingers. Dan hoed, drie en hoeken. Hoeken wordt uitgebeeld door de rechterarm, alla vogeltjesdans heen en weer te klappen. Tenslotte wordt ook nog mijn weggelaten. Het liedje wordt dus vijf keer herhaald, en telkens wordt er weer een woord vervangen door een beweging. De truc is om wel in het ritme van het liedje te blijven.