Fruitmandje

Fruitmandje

Eigenlijk geen theatersportgerelateerde oefening en daardoor uitermate geschikt voor jongerengroepen die het theatersporten niet zo zien zitten en langzaam moeten wennen aan het idee. Alle spelers zitten op stoelen in een kring. Elke speler krijgt één van de drie fruitsoorten appel, banaan en kiwi toegewezen.

De leider staat in het midden van de kring en roept een fruitsoort, bijvoorbeeld banaan. Alle bananen moeten op dat moment opstaan en een andere plaats zoeken. Dit oefen je even met alle fruitsoorten om vervolgens (als leider) zelf mee te gaan spelen; je gaat ook op zoek naar een lege stoel. Er is dus altijd een stoel te weinig en degene die geen stoel kan vinden moet in het midden gaan staan en een fruitsoort roepen. Je kunt ook ‘fruitmandje’ roepen ten teken dat iedereen een andere plek moet zoeken.

Variatie: geen fruitsoorten roepen, maar dingen als: ‘Ik draag een blauwe broek’ en dan moet iedereen die een blauwe broek aanheeft van plaats wisselen, of ‘ik heb twee zusjes’, ‘ik woon in Amsterdam’, ‘ik ben gek op chocola’ of zelfs ‘ik heb één neus’. Je kunt ook zeggen ‘1 naar links’ of ‘3 naar rechts’. Iedereen moet dan gaan verzitten.