Free impro met wissel

Free impro met wissel

De Free impro met wissel lijkt qua type tosgame erg op het “Verhaal-op-rij”. De spelers krijgen in beide gevallen een handicap mee (zie onderstaande handicaps). Als een speler zich niet aan de opgelegde regels houdt of als hij hapert of ‘euh’ zegt is hij af. Het publiek roept dan: Dood! Het team dat als laatste overblijft heeft gewonnen en mag beginnen.

Bij de “Free impro met wissel” zijn er telkens twee spelers op het toneel (van elk team één). Als een speler af is wordt zijn rol overgenomen door de volgende speler uit datzelfde team.

Handicap 1. Op alfabet. De eerste zin begint met een A. De volgende speler begint zijn tekst met een B etc. Als het zover komt kan vanaf de Z weer worden doorgegaan met de A.

Handicap 2. Op rijm. Men moet rijmen op de voorzetten die de ander geeft.

Handicap 3. Met letterwissel. Een letter die (vrij) vaak voorkomt wordt ingewisseld voor een andere letter. Let op dat een klinker ook voor een klinker wordt ingewisseld en een medeklinker voor een medelinker.

Handicap 4. Met verboden letter of woord. Een (vrij) vaak voorkomende medeklinker of bepaald veelvoorkomend woord mag niet gebruikt worden in de tekst van de spelers.