Billy Billy Bop

Billy Billy Bop

Eén speler is hem, de rest staat in een kring om hem heen.

Eerste ronde: De speler in het midden zegt tegen iemand in de kring “Billy Billy Bop” of “Bop” (een van de twee). Wanneer “Billy Billy Bop” wordt gezegd moet degene in de kring eerder “Bop” zeggen dan dat de gene in het midden klaar is met zijn “Billy Billy Bop”. Wanneer “Bop” wordt gezegd mag degene in de kring niets zeggen. Zo gaat degene in het midden door tot dat iemand af is. Degene die af is moet in het midden.

Tweede ronde: Er komen figuren bij. Degene in het midden kan nog steeds “Billy Billy Bop” of “Bop” zeggen, maar kan nu ook een figuur noemen. Aan een figuur dien drie mensen uit de kring mee, degene die door de speler in de kring wordt aan gewezen en de mensen links en rechts van hem. De speler in de kring telt tot vijf. Wanneer het figuur nog niet af is bij vijf, is degene die is aangewezen af (ook al was het de fout van iemand links of recht van hem, je moet immers leren falen 😉 ). Er bestaan vele figuren. Voorbeelden zijn het konijn, de kamikaze piloot, de wasmachine, de James Bond, de Kennedy, Charlie’s Angels, de olifant, de kangaroe, de citruspers, de broodrooster etc. Bij bijvoorbeeld de Kennedy schieten de personen links en rechts de middenste persoon neer, de middenste duikt naar beneden.

Zie ook het stukje over James Bond!